Ik heb gevonden dat het allersnelste insect op de wereld een "sphinx moth" is die 53,11 km/h kan afleggen.
(Bron:
http://www.si.edu/resource/Faq/nmnh/buginfo/insflght.htm)
snelheid van een (huis)vlieg: 8,05 km/h, bij bedreiging boosts van 24,14 km/h
(Bron:
http://molecular.magnet.fsu.edu/optics/olympusmicd/galleries/darkfield/muscadomestica3.html)
Hoe het komt dat dat beestje zo snel kan vliegen:
In hoofdzaak -> De speciale bouw van een insectenvleugel
1. Allereerst is er het geringe gewicht van de vleugels. Elke gewichtsbesparing levert een energiebesparing op; de vleugels moeten immers honderden malen op en neer bewogen worden.
2. Dan is er de bouw van de vleugel; die is zeer nauwkeurig uitgebalanceerd. Door de kracht die de lucht op de bewegende vleugel uitoefent, wordt deze lichtjes getorst (gedraaid om de lengte-as). Deze torsing zorgt er voor dat er een ideale luchtstroming ontstaat. Ook zorgt deze torsing voor een vermindering van de kracht die nodig is om de vleugel te bewegen en daardoor een lichtere constructie van de basis van de vleugel.
3. Net zoals de vleugel van een deltavlieger of als het zeil van een schip staat de vleugel lichtjes bol. Maar weeral niet zomaar bol, doch juist genoeg, d.w.z. aan de uiteinden redelijk vlak, aan de zijde van de gewrichten redelijk bol.
4. De 'besturing' van de vleugels is niet minder knap. Daar er in de vleugels zelf geen spieren zitten, moet de gehele besturing gebeuren vanuit het gewricht waarmee de vleugel vastzit. Door dit gewricht kan de vleugel de gekste bewegingen aan. Dat is nodig want gewoon op en neer bewegen zou geen enkel insect de lucht in krijgen. Er moet als het ware in de lucht 'geroeid' worden.
5. Sommige insecten hebben meer dan 1 vleugel per zijde. Hierdoor zijn ze in staat het effectieve vleugeloppervlak aan te passen naar gelang de noodzaak. Ze schuiven simpelweg de vleugels meer of minder over mekaar! Dit is iets dat de vliegtuigbouwers slechts doen bij vliegtuigen die zeer uiteenlopende karakteristieken moeten hebben: die bijvoorbeeld zowel traag als heel snel kunnen vliegen. In de praktijk wordt het voorlopig (1998) enkel toegepast bij gevechtsvliegtuigen!
6. Sommige types van vleugels zijn zodanig opgebouwd dat men ze kan voorstellen door een surfzeil met 2 masten. Die 2 masten komen tezamen bij het gewricht en kunnen afzonderlijk gestuurd worden. Zo kan het insect de kromming en de oppervlakte van de vleugel besturen. Dit soort van vleugels wordt niet getorst door de in punt 2 genoemde techniek; ze zijn minder geschikt om ter plaatse te blijven hangen.
(Bron:
http://www.creabel.org/index.php?id=61)