In het kamp van Beverloo
Wederom zijn hier de troepen
Van ons legerken vergaard
Ziet! Daar liggen d’infantristen
Ginds de krijgslieden te paard.
’s Morgends vroeg voor hun barakken
Ziet men de soldaten gaan
Als de tamboer op zijn trommel
Luid de dagwaak komt te slaan.
Statig stapt daar de sergeant aan,
Met de naamlijst in de hand
Haastig schikt hij zijne manschap
Ginds verschijnt de luitenant.
Hoort! ’t Appèl wordt nu geroffeld
Door den tamboer van de wacht
Men begint het naamafroepen
Na ’t kommando: ‘Men geve acht!’