Als de hoge loonkosten een hoge productiviteit weerspiegelen, is er niets mis met die loonkosten. Integendeel, die hoge loonkosten weerspiegelen een hoog niveau van welvaart. En dat is het geval in de meeste noordelijke landen van de eurozone, en dus ook in België.
We moeten afstappen van het negatief denken over hoge loonkosten dat in België zo wijdverspreid is. We zouden ons moeten verheugen over die hoge loonkosten. De hoge lonen in België en in de ons omringende landen maken deel uit van een positieve dynamiek. Een hoge productiviteit maakt het mogelijk om hoge lonen uit te betalen. Dit creëert op zijn beurt veel koopkracht, zodat werknemers de goederen en diensten die door Belgische bedrijven worden geproduceerd kunnen kopen.
Er is een nog belangrijkere dimensie aan die dynamiek van hoge productiviteit en hoge lonen. Die maken het mogelijk om collectieve diensten aan te bieden die uiteindelijk de competitiviteit verbeteren: orde en veiligheid, een sociaal vangnet, een goed onderwijssysteem en gezondheidszorg. Neem het onderwijs. De hoge lonen en de hoge productiviteit creëren de mogelijkheid om een duur onderwijssysteem te financieren. Dat verhoogt dan de kennis en de kunde van werknemers zodat die ingeschakeld kunnen worden in de productie van goederen en diensten met hoge toegevoegde waarde. De competitiviteit van het land verbetert. Er is dus geen tegenstelling tussen hoge loonkosten en competitiviteit. Het is dus echt niet nodig om onze loonkosten naar beneden te halen, zoals door vele economen voortdurend herhaald wordt.
Is er dan geen probleem met hoge loonkosten? Ja, als de loonkosten sneller gaan stijgen dan de productiviteit. Dat is in het Noorden van Europa nauwelijks het geval geweest in de laatste twee decennia, ook niet in België. Dat was wel zo in vele zuiderse landen, met het gevolg dat de competitiviteit er op dramatische wijze is verslechterd. Dat verklaart mede waarom die landen in een slecht evenwicht terechtkwamen.