Archief - vraag ijkingstest wetenschappen.

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

vlekje5

Legacy Member
dit vond ik best een leuke vraag op de ijkingstoets wetenschappen.
Als iemand zin heeft kan je hem proberen. ik vond em wel tof.



xng3gw.png




hier is het formularium dat wij op de test kregen:

https://www.ijkingstoets.be/content/feedback_docs/formularium-ir.pdf

TreVor

Legacy Member
Ik ben nu wel al even voorbij de leeftijd om een ijkingsproef te doen maar is dit niet gewoon de stelling van pythagoras?

vlekje5

Legacy Member
op de test werd wel geen rekenmachine toegelaten dat moet ik wel eventjes vermelden ^^

btw ik zeg morgenavond wat de juiste oplossing is !

Anoniem13

Legacy Member
vlekje5 zei:
op de test werd wel geen rekenmachine toegelaten dat moet ik wel eventjes vermelden ^^

btw ik zeg morgenavond wat de juiste oplossing is !
20*sqrt(2) is ongeveer 28 dus ik blijf bij mijn antwoord.

Tom!

Legacy Member
D is goed, maar niet om die reden/berekening. Het zou ook vreemd zijn dat de afwijking tussen het correcte antwoord en het dichtstbijzijnde (D), groter is dan de onderlinge verschillen tussen de alternatieven.

Het is niet sqrt(30²-10²) = 20*sqrt(2) maar sqrt(20²-10²)+10 = 10*(1+sqrt(3)) en dat is ongeveer 27,3.

Bloembak

Legacy Member
Toch beetje vreemd om geen rekentoestel toe te laten (hoeft zelfs geen grafisch te zijn), om dan kommagetallen als mogelijke antwoorden te geven.

Maar inderdaad, met een beetje meetkunde is het een vrij simpele oplossing waarvoor je zeker geen formuleblad nodig hebt.

Anoniem13

Legacy Member
Tom! zei:
D is goed, maar niet om die reden/berekening. Het zou ook vreemd zijn dat de afwijking tussen het correcte antwoord en het dichtstbijzijnde (D), groter is dan de onderlinge verschillen tussen de alternatieven.

Het is niet sqrt(30²-10²) = 20*sqrt(2) maar sqrt(20²-10²)+10 = 10*(1+sqrt(3)) en dat is ongeveer 27,3.
Ik denk eigenlijk niet dat het toeval is dat mijn oplossing ook juist is. Als ze die manier om het resultaat te berekenen wilden vermijden dan hadden ze 27,3 als B of C kunnen nemen. Immers sqrt(20^2-10^2) is exact maar 10 is ook een schatting (met een kleinere foutenmarge).
Al vind ik jouw antwoord wel beter.

Tom!

Legacy Member
Bloembak zei:
Toch beetje vreemd om geen rekentoestel toe te laten (hoeft zelfs geen grafisch te zijn), om dan kommagetallen als mogelijke antwoorden te geven.
Het zal geen toeval zijn dat je sqrt(3) nodig hebt en daarvan wordt een benadering gegeven in het formularium; geen rekentoestel nodig dus.

paradijsappel zei:
Ik denk eigenlijk niet dat het toeval is dat mijn oplossing ook juist is. Als ze die manier om het resultaat te berekenen wilden vermijden dan hadden ze 27,3 als B of C kunnen nemen. Immers sqrt(20^2-10^2) is exact maar 10 is ook een schatting (met een kleinere foutenmarge).
Al vind ik jouw antwoord wel beter.
Dit begrijp ik niet zo goed... Jouw oplossing leidt tot een juist antwoord omdat het juiste meerkeuzealternatief D ook het dichtst bij jouw antwoord ligt, maar dat antwoord is wel fout :crazy:. Als opsteller zou ik de alternatieven dan ook beter gekozen hebben want ik betwijfel of ze een verkeerde berekeningsmethode bewust met een punt willen belonen. Het antwoord sqrt(20²-10²)+10 = 10*(1+sqrt(3)) is geen benadering maar is de exacte hoogte. Met de gegeven benadering van sqrt(3) in het formularium kom je dan netjes op 27,3 uit en dat is niet toevallig precies een van de antwoordmogelijkheden.

Bloembak

Legacy Member
Tom! zei:
Het zal geen toeval zijn dat je sqrt(3) nodig hebt en daarvan wordt een benadering gegeven in het formularium; geen rekentoestel nodig dus.

Ahja, daar had ik in het formuleblad in de rapte overgelezen. Ok, akkoord dan. :)

Five-seveN

Legacy Member
vlekje5 zei:
dit vond ik best een leuke vraag op de ijkingstoets wetenschappen.
Als iemand zin heeft kan je hem proberen. ik vond em wel tof.



xng3gw.png




hier is het formularium dat wij op de test kregen:

https://www.ijkingstoets.be/content/feedback_docs/formularium-ir.pdf

De 4 meest rechtse bollen volstaan voor de berekening.

Vertrekkende van de middelpunten van de cirkels.

Onderste zijde is 10cm.
Hoogte is h.
Schuine zijde is 20cm.

10*10 + x*x = 20*20

100 + x*x = 400

x*x = 300

Vierkantswortel 300 ligt tussen de 17 (289) en 18 (324). Daar is geen rekenmachine voor nodig.

Omdat we van middelpunten vertrokken moet daar dus nog wel 2x5cm bij.
Dus het resultaat ligt tussen de 27 en 28.

En dus moet het wel D zijn.

vlekje5

Legacy Member
Deze was leuk omdat je enkel pythagoras nodig hebt , ik kan er ook eentje geven die maar 20% juist hadden denk ik. Die had ook een tekening. Ik zal die straks eens opnieuw oplossen zodra ik ben aangekomen.
De meeste andere vragen waren vond ik vooral regeltjes volgen en niet echt leuk om op te lossen.

vlekje5

Legacy Member
D is inderdaad het juiste antwoord.ik had ook dezelfde methode als jullie. (Tom,dieter..)

Ik vond persoonlijk dat ze er nog een antwoord als 28 of 29 hadden moeten
Bij steken,

ik vraag me af hoe je zelfs 26.4 kan bekomen..

Five-seveN

Legacy Member
Ik dacht eerst aan sinussen van hoeken van 30 graden enz.
Tot ik 1 reactie verder las "pythagoras" en ja dan was het wel 1-2-3.

Tom!

Legacy Member
Het pakje helt het verst over de band bij de maximaal toegelaten hoek, neem dus alpha = pi/6 en d minimaal zodat het onderste hoekpunt de onderkant van de transportband raakt. Trek een verticale door het rechterhoekpunt: er ontstaan twee (witte) rechthoekige driehoeken waarvan de schuine zijden resp. de lengte l (bovenste driehoek) en de breedte b (onderste driehoek) zijn. De minimale hoogte d is nu de som van de twee verticale rechtshoekszijden van beide driehoeken waarvan de lengtes resp. l*sin(pi/6), via SOS, en b*cos(pi/6), via CAS, zijn, dus d = (l+sqrt(3)*b)/2.
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan