16.4. Voor het links inhalen moet elke bestuurder :
1° zich ervan vergewissen dat hij dit zonder gevaar kan doen, en inzonderheid :
a) dat de weg over een voldoende afstand vrij is om alle gevaar voor ongevallen te vermijden;
b) dat geen achterligger reeds begonnen is in te halen;
c) dat hij zijn plaats rechts opnieuw kan innemen, zonder de andere bestuurders te hinderen;
d) dat hij op zeer korte tijd kan inhalen.
Dat zou dus impliceren dat de andere in fout is maar:
16.6. Geschiedt het inhalen links, dan moet de bestuurder zijn plaats rechts opnieuw innemen, zodra hij zulks zonder bezwaar kan doen, na zijn voornemen kenbaar gemaakt te hebben door middel van de richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.
Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.
De bestuurder moet echter zijn plaats rechts niet terug innemen wanneer hij onmiddellijk opnieuw wil inhalen :
1° op rijbanen met tweerichtingsverkeer, in vier of meer rijstroken verdeeld, op voorwaarde dat alleen gereden wordt op de rijstroken bestemd voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;
2° op rijbanen met éénrichtingsverkeer.
Dat impliceert dat je geen twee voertuigen tegelijk mag inhalen. Zie
Artikel 16. Inhalen