Om de zomertentoonstelling van het EYE in Amsterdam over het werk van cinematograaf Robby Müller af te sluiten, werd de ultieme, haast vijf uur durende Director’s Cut gepresenteerd van Wim Wenders’ epische road movie Until the End of the World. Deze screening was van groot belang voor Wenders omdat hij ten tijde van de initiële release in 1991 deze versie niet mocht uitbrengen. De distributeurs en coproducenten van de film hadden hem opgelegd dat die een maximale duur van slechts tweeënhalf uur mocht hebben. Wenders was destijds naïef genoeg dat hij hen dacht te kunnen overtuigen dat dit onmogelijk was. Het project dat Wenders in gedachten had was zodanig episch en kolossaal dat het onmogelijk was voor hem om de film zo kort te maken. Maar zijn contracten verplichtten hem en zijn monteur, Peter Przygodda, tot het wegknippen van talloze scènes en personages en de muzikale bijdrage van een hele bende artiesten serieus in te korten. Met Until the End of the World had Wenders enorm veel te zeggen en had dus ook veel tijd nodig om het te zeggen, maar niet alles was gerelateerd tot de plot van de film. En alles dat het narratief van de film niet voortstuwde, moest weg. Gelukkig gaf Wenders zich niet volledig over aan de distributeurs, maar hield in het geheim de originele negatieven van de film en knipte de korte, zogenaamde “Reader’s Digest” versie uit een duplicaat. Enkele jaren na de eerste release, die – zoals was te verwachten – gepaard ging met slechte reviews en een depressieve regisseur, kropen Wenders en Przygodda terug de montagekamer in en werkten stiekem aan de lange versie kon antwoorden aan Wenders’ oorspronkelijke visie(s).
Gereduceerd tot enkele zinloze zinnen, kan er gezegd worden over de plot dat in het jaar 2000, Claire (Solveig Dommartin), na een relatiebreuk met Eugene (Sam Neill), op zoek is naar zin in haar leven. Ze reist rond, komt per toeval in het bezit van de buit van een bankoverval en ontmoet Trevor (William Hurt), een crimineel op de vlucht. In het eerste deel van de film loopt ze Trevor achterna over half de wereld, en komt dan terecht in het rurale Australïe. In dit tweede deel leren we dat Trevors moeder Edith (Jeanne Moreau) blind is, en dat haar echtgenoot Henry (Max von Sydow) werkt aan een technologie om haar zicht te herstellen. Ik sprak eerder over de meerdere visies voor Until the End of the World, want het is moeilijk, voor zowel een kijker als voor Wim Wenders zelf, om te achterhalen wat de kiemgedachte was voor Until the End of the World. Was het idee om de road movie der road movies te maken en de wereld rond te reizen? Of was het idee om het visuele zintuig en de impact van beelden onder de loep te nemen? De twee delen zijn niet enkel door de welgeplaatste ‘Intermission’ van elkaar gescheiden. Het lijkt me dan ook normaal om de vraag te stellen waarom, indien een van deze twee delen de impetus voor de film vormde, het andere deel eraan vast werd gebreid.
In een interview met Giovanni Spagnoletti uit 1992 vertelde Wenders dat een van de grote inspiratiebronnen voor de film de Odyssee was. Odysseus is de meest iconische reiziger, maar hij wil niets liever dan thuis geraken. Dat idee is hier ook van belang, maar Wenders voelde zich ook aangetrokken tot het personage van Penelope, de vrouw die thuis op haar man wacht. Hij stelde zich voor hoe het verhaal zou veranderen als ze niet thuis zou wachten, maar hem achterna gaan en hem in te halen. Dit is duidelijk te zien in de eerste helft van de film, waar Claire Trevor achternazit en geleidelijk aan verliefd wordt op hem. De film trekt doorheen Europa, Azië en Australië, en de crew is effectief in ieder land gaan filmen, hoewel het budget niet toeliet om de interieurscènes in Moskou de filmen. Enkel de exterieurs en establishings werden op locatie gefilmd, de rest werd ingeblikt in Potsdam – wat destijds een uitstekende vervanger was. Over het tweede deel van de film – het verlangen om een blinde persoon te doen zien – sprak Wenders tijdens de Q&A-sessie na de vertoning in het EYE. Het was iets dat hij als kleine jongen al wou voor zijn blinde tante Edith. Uiteraard vertaalde dat verlangen zich toen nog niet tot een idee voor een filmscenario, en het is voor hem niet duidelijk exact wanneer dat wel gebeurde. Maar eens hij een techniek verzon om visuele informatie via een computer rechtsreeks de visuele cortex van het menselijke brein in te sturen, ontdekte hij ook wat het finale thema van zijn film zou worden: de apocalyps van de visuele cultuur naar aanleiding van het downloaden van dromen. Een externe visuele weergave van de interne, geheime en bovenal mysterieuze ervaring van dromen betekende voor Wim Wenders de grootste denkbare zonde in een wereld die gedomineerd wordt door beelden.
Er komen in Until the End of the World heel wat droomsequenties aan bod. Voor hij begon te filmen, dacht Wenders goed na over hoe deze scènes te filmen. Hij herbekeek al de droomsequenties die hij kende uit de filmgeschiedenis. Hij kwam tot de conclusie dat in alle gevallen, de droomscenes te veel leken op de rest van de film omdat ze op hetzelfde medium gedraaid werden. De beslissing kwam al vrij snel dat de droomscènes in zijn eigen film een totaal andere stempel moesten krijgen, en video bood de oplossing. Maar het werd een speciale soort video. Voor de tijd waarin de film werd uitgebracht waren deze beelden enorm uniek. Het gaat om de intrede van High Definition. Voor de allereerste keer in de geschiedenis werden filmbeelden omgevormd tot digitale informatie en dan terug visueel weergegeven. De technologie was zo primitief dat het niet zomaar in een monteerstudio kon. Wenders en Przygodda moesten helemaal naar een computerlabo in Japan trekken om daar de digitale bestanden te bewerken. Achter hen zat een kleine groep computeringenieurs notities te nemen en grondig te bestuderen hoe ze te werk gingen. De effecten die ze daar aanbrachten lijken nu misschien wat gedateerd, en zijn sindsdien zo vaak gebruikt in videoclips dat het moeilijk te vatten is hoe baanbrekend ze eigenlijk waren. Maar geprojecteerd op het grote scherm, gecombineerd met de juiste scherm en binnen de desastreuze context van de film, werkten de video-dromen ontzettend goed.
De film spelt zich tien jaar in de toekomst af, en dit weerspiegelt zich in heel wat aspecten van de productie. Uiteraard is er set- en kostuumontwerp dat een futuristisch tintje krijgt, gezien door een blik uit de vroege ‘90s. Dit geeft vandaag de dag een bijzonder maf en anachronistisch gevoel, aangezien de voorspellingen van Wenders en co. – hoewel ze soms aardig overeenkomen met hoe de dingen uitdraaiden, zoals GPS systemen en videofax – lijken op artefacten uit een vorige generatie. Ook interessant is Wenders’ idee om de muziek mee te laten spelen met het science fiction-aspect van de film. Hij schreef naar een grote selectie muzikanten en muziekgroepen met een verzoek om een afgewerkt nummer door te sturen dat ze zichzelf zouden zien schrijven tien jaar in de toekomst. Tot zijn grote verbazing kreeg hij van bijna iedereen een liedje dat hij in de film zou gebruiken. Het was dan ook een enorme teleurstelling dat hij zo weinig van de muziek kon gebruiken in de “Reader’s Digest”, maar ondanks alles werd de soundtrack van de film toch nog meer populair dan de film zelf. Nu dat de film terug zijn oorspronkelijke vorm heeft aangenomen, kan de muziek er weer in zijn volle glorie in.
Maar uit de hele productie van Until the End of the World kwam de belangrijkste vormelijke bijdrage tot de toekomstvisie van Robby Müller, de man met de camera. Hij brengt op prachtige wijze de grootstad in beeld en werkt veel met reflecties en gekleurd licht. Dit brengt een licht artificiëel laagje op de cinematografie aan en is helemaal wat de film nodig had om de kijker te doen geloven dat we ons in de toekomst bevinden. Zelfs klassieke steden als Venetië en Parijs weet Müller om te toveren tot een futristische metropool. Later in de film trekt het verhaal de personages naar Japan, een perfecte gelegenheid om te spelen met de architectuur daar. Een van de beste scènes uit de film, of toch tenminste het hoogtepunt uit de Odysee (en Penelopee), vindt plaats in een capsulehotel in Japan.
Nu de film weer volledig is en digitaal gerestaureerd is na een 4k-scan van het originele negatief, kan die hopelijk door vele filmfans (her)ontdekt worden als een uniek werk in het oeuvre van een ware filmauteur. Wim Wenders had al heel wat road movies achter de rug, allemaal met Robby Müller achter de camera, en werkte intiem samen met de muzikanten in zijn films, maar Until the End of the World is een ware opsomming van zijn carrière, zijn ideeën en zijn ambities als filmmaker.