Gavin
Legacy Member
Even recapituleren: van de eerste National Treasure herinner ik mij een deel ontploffingen (waarvan ééntje in sneeuw gehuld), Sean Bean als onderhand niet te miscasten bad guy, een zoektocht en een klassieke Cage die de vorige drie zaken in 130 minuten probeert te tarten. Voor deel twee kan ik rekenen op ongetwijfeld nog meer ontploffingen, Ed Harris als niet te miscasten bad guy, een wereldwijde zoektocht en Cage die de vorige drie zaken in 125 minuten (een kortere sequel!) probeert te tarten. Ontkennen dat ik gewaarschuwd was heeft dus geen enkele zin.
Ben Gates (Cage) vertelt het verhaal van zijn overgrootvader Thomas die een complot van een louche organisatie tegen de confederatie blokkeert. Hij kan wel niet verhinderen dat John Wilkes Booth president Lincoln een nekschot geeft. Op het moment dat de reconstructie eindigt, reveleert Mitch Wilkinson (Harris) een ontbrekende bladzijde uit het dagboek van Booth waarop de naam van Thomas Gates prijkt. WIlkinson beschuldigt laatstegenoemde van medeplichtigheid en berooft zo de familie Gates van eer en glorie. Een onthutste Ben start een te lang gerokken queeste doorheen de geschiedenis van de VS om uit te komen bij het ‘Book Of Secrets’, een ultrageheim presidentenschrijfsels waarvan eigelijk iedereen vermoedt dat het bestaat. Enkel de huidige president weet de locatie van deze strikt vertrouwelijke bundel, ergo Gates moet de huidige leider ontvoeren om een blik te kunnen werpen op de informatie en zo zijn voorvader te rehabiliteren …
Het verleden heeft al uitgewezen dat de kwaliteit van een sterrencast niet altijd compatibel is met die van de prent. Cage is in hetzelfde bedje ziek als in het origineel. Hij probeert zich wel te amuseren maar wordt zelf murw geslagen door stupide wendingen. Lastig om dan met je tegenspelers, beproefd door hetzelfde syndroom, enige chemie op het scherm te toveren. Justin Bartha kreeg wederom de komische sidekickpartituur maar produceert enkel valse noten. De pogingen tot humoristische commentaren en situaties zijn bij momenten intriest. Harris solliciteert nu al voor meest afwezige en gemakzuchtige snoodaard van het jaar. Het (spaarlamp)lichtpunt is de relatie tussen Voigt en Mirren. Een ruziënd gescheiden koppel dat nog steeds om elkaar geeft maar te koppig is om het toe te geven. Het enige moment waar er enige geslaagde wisselwerking tussen de personages gaande was.
Het inspiratieloos regisseren moet helaas niet onderdoen voor het script. Beide zijn verwikkeld in een bestendige strijd der miskleunen. Goalgetters voor de scriptploeg zijn onder meer het klonen van een GSM, een uiterst zielige catharsis voor het galgenaas van dienst en de mechanische puzzels in de bureaus van Angelsaksische staatsleiders. In twee eeuwen heeft zogezegd geen enkele van de Britse monarchen de lades van hun wereldvermaarde schrijftafel verkend. De laksheid waarmee de oplossingen bedacht zijn, kent heidense proporties … en dan weid ik nog niets eens uit over de rol van de president of het omzeilen van hordes veiligheidsagenten. Regisseurszijds ontpoppen de finale redding, de achtervolging door Londen en het evenwichtsspel in de Gouden Stad zich tot waardevolle bonuspunten. Vooral die laatste doet zijn duit in het zakje. Het is simpelweg schaamteloze kopiecinema van een hachelijke situatie uit het origineel. Het maakt niet uit wat er gebeurt of hoe het in beeld gebracht wordt, dit is bandwerk (met overigens vrij zwakke CGI). Cage heeft reeds toegegeven enthousiast te zijn over het produceren van verdere vervolgen, een complementaire bekentenis met het einde van dit luik.
Het grootste verschil tussen National Treasure en National Treasure: Book Of Secrets is de titel. De cast is grotendeels hetzelfde, net zoals regisseur en producer; het verhaal van even bedenkelijk allooi; de hoogdraverij in de suspensestukjes nog nadrukkelijker aanwezig (al meen ik geen enkele ontploffing te hebben gezien) en dat amalgama wordt gedrenkt in dezelfde beschimmelde saus van 2004. Book Of Secrets is een haast waardeloze avonturenfilm en ik hoop dat jullie schatkaart naar een ander juweeltje leidt. Tenzij je zweert bij onlogische complotten en een compleet gebrek aan bezieling, dan krijg je van mij de toegangscode 3974.
Ben Gates (Cage) vertelt het verhaal van zijn overgrootvader Thomas die een complot van een louche organisatie tegen de confederatie blokkeert. Hij kan wel niet verhinderen dat John Wilkes Booth president Lincoln een nekschot geeft. Op het moment dat de reconstructie eindigt, reveleert Mitch Wilkinson (Harris) een ontbrekende bladzijde uit het dagboek van Booth waarop de naam van Thomas Gates prijkt. WIlkinson beschuldigt laatstegenoemde van medeplichtigheid en berooft zo de familie Gates van eer en glorie. Een onthutste Ben start een te lang gerokken queeste doorheen de geschiedenis van de VS om uit te komen bij het ‘Book Of Secrets’, een ultrageheim presidentenschrijfsels waarvan eigelijk iedereen vermoedt dat het bestaat. Enkel de huidige president weet de locatie van deze strikt vertrouwelijke bundel, ergo Gates moet de huidige leider ontvoeren om een blik te kunnen werpen op de informatie en zo zijn voorvader te rehabiliteren …
Het verleden heeft al uitgewezen dat de kwaliteit van een sterrencast niet altijd compatibel is met die van de prent. Cage is in hetzelfde bedje ziek als in het origineel. Hij probeert zich wel te amuseren maar wordt zelf murw geslagen door stupide wendingen. Lastig om dan met je tegenspelers, beproefd door hetzelfde syndroom, enige chemie op het scherm te toveren. Justin Bartha kreeg wederom de komische sidekickpartituur maar produceert enkel valse noten. De pogingen tot humoristische commentaren en situaties zijn bij momenten intriest. Harris solliciteert nu al voor meest afwezige en gemakzuchtige snoodaard van het jaar. Het (spaarlamp)lichtpunt is de relatie tussen Voigt en Mirren. Een ruziënd gescheiden koppel dat nog steeds om elkaar geeft maar te koppig is om het toe te geven. Het enige moment waar er enige geslaagde wisselwerking tussen de personages gaande was.
Het inspiratieloos regisseren moet helaas niet onderdoen voor het script. Beide zijn verwikkeld in een bestendige strijd der miskleunen. Goalgetters voor de scriptploeg zijn onder meer het klonen van een GSM, een uiterst zielige catharsis voor het galgenaas van dienst en de mechanische puzzels in de bureaus van Angelsaksische staatsleiders. In twee eeuwen heeft zogezegd geen enkele van de Britse monarchen de lades van hun wereldvermaarde schrijftafel verkend. De laksheid waarmee de oplossingen bedacht zijn, kent heidense proporties … en dan weid ik nog niets eens uit over de rol van de president of het omzeilen van hordes veiligheidsagenten. Regisseurszijds ontpoppen de finale redding, de achtervolging door Londen en het evenwichtsspel in de Gouden Stad zich tot waardevolle bonuspunten. Vooral die laatste doet zijn duit in het zakje. Het is simpelweg schaamteloze kopiecinema van een hachelijke situatie uit het origineel. Het maakt niet uit wat er gebeurt of hoe het in beeld gebracht wordt, dit is bandwerk (met overigens vrij zwakke CGI). Cage heeft reeds toegegeven enthousiast te zijn over het produceren van verdere vervolgen, een complementaire bekentenis met het einde van dit luik.
Het grootste verschil tussen National Treasure en National Treasure: Book Of Secrets is de titel. De cast is grotendeels hetzelfde, net zoals regisseur en producer; het verhaal van even bedenkelijk allooi; de hoogdraverij in de suspensestukjes nog nadrukkelijker aanwezig (al meen ik geen enkele ontploffing te hebben gezien) en dat amalgama wordt gedrenkt in dezelfde beschimmelde saus van 2004. Book Of Secrets is een haast waardeloze avonturenfilm en ik hoop dat jullie schatkaart naar een ander juweeltje leidt. Tenzij je zweert bij onlogische complotten en een compleet gebrek aan bezieling, dan krijg je van mij de toegangscode 3974.

