Babs
Legacy Member
jaja, meestal zijn er problemen met of door de leerkracht, maar ik maak ze nu
zelf mee
ik ben dus lerares lager onderwijs in opleiding, en kben sinds vandaag
begonnen met mijn allereerste les wiskunde. viel nog goed mee enzo.
nu is mijn probleem:
morgen geef ik een les taal, vertellen specifiek, en ga ik dus een verhaal
vertellen met een voor- en na-activiteit.
ik vertel het verhaal van "De sneeuwkoningin", waarin het in het begin gaat
over een geest met een spiegel die alles lelijk maakt, spiegel valt en breekt,
als je dan door een stukje spiegel geraakt wordt, wordt je helemaal slecht,
om het samen te vatten.
nu heb ik dus als na-activiteit een spiegel gemaakt, welliswaar als hij kapot is
dus heb ik enkel de rand en scherven (in het papier gemaakt natuurlijk
).
mijn idee was eerst om ze te laten schrijven wat hun goede voornemens
waren voor het volgende jaar, maar mijn lector Nederlands vond dit te
begrenzend.
nu is het zo dat elke leerling een scherf krijgt, waarop ze hun naam moeten
zetten, en waar ik de woordjes "koud" en "warm" geschreven heb.
de bedoeling is dat ze naast koud dingen schrijven waar ze verdrietig van
worden en naast warm de dingen dat ze blij van worden.
nu zit het zo, ik sta voor een 3de leerjaar, kinderen van 8 jaar dus, en die
hebben al veel besef van alles wat rondom hen gebeurd.
dus mijn schrik is nu natuurlijk dat ze alles heel breed gaan zien.
je kunt dus bvb verdrietig zijn van een slecht rapport maar ook bvb dingen
zoals "iemand verliezen" "dood van familielid" "oorlog" en weet ik veel wat.
mijn lector heeft gezegd dat als er zoiets recent gebeurd is dat iemand dood
is in een kindje zijn familie dat dat zeker moet opgenomen worden in de les;
leerling geruststellen, er over praten met de klas, alles een beetje op die
leerling richten,... of als er een oorlog voordoet (dat is er toch altijd in
theorie?) of een natuurramp is geweest daar over praten...
het mag dan nog lang geleden gebeurd zijn, kinderen kunnen daar steeds
verdrietig om zijn, dus als je het zo bekijkt, is elke situatie zeer delicaat, want
elk kind heeft andere situaties en een ander karakter.
dus mijn probleem is eigenlijk dat ik niet zo goed weet hoe ik dat moet
aanpakken. moet ik er op ingaan? als ik er op inga, moet ik dan selectief zijn?
(er zijn 21 lln, kan moeilijk 5 min. per lln praten over iets) moet ik het vlak af
negeren en verder gaan met de volgende leerling? hoe onderscheid ik de
echte dingen van de "fake" dingen? (kinderen praten graag, en doen alles om
toch maar aan het woord te komen)
natuurlijk als ze dingen zeggen zoals "een slecht rapport" ben ik gered met te zeggen dat ze beter hun best moeten doen
alle hulp is welkom! alvast bedankt en excuseer voor de langdradigheid
maar ik wou zo duidelijk mogelijk zijn.
zelf mee
ik ben dus lerares lager onderwijs in opleiding, en kben sinds vandaag
begonnen met mijn allereerste les wiskunde. viel nog goed mee enzo.
nu is mijn probleem:
morgen geef ik een les taal, vertellen specifiek, en ga ik dus een verhaal
vertellen met een voor- en na-activiteit.
ik vertel het verhaal van "De sneeuwkoningin", waarin het in het begin gaat
over een geest met een spiegel die alles lelijk maakt, spiegel valt en breekt,
als je dan door een stukje spiegel geraakt wordt, wordt je helemaal slecht,
om het samen te vatten.
nu heb ik dus als na-activiteit een spiegel gemaakt, welliswaar als hij kapot is
dus heb ik enkel de rand en scherven (in het papier gemaakt natuurlijk
).mijn idee was eerst om ze te laten schrijven wat hun goede voornemens
waren voor het volgende jaar, maar mijn lector Nederlands vond dit te
begrenzend.
nu is het zo dat elke leerling een scherf krijgt, waarop ze hun naam moeten
zetten, en waar ik de woordjes "koud" en "warm" geschreven heb.
de bedoeling is dat ze naast koud dingen schrijven waar ze verdrietig van
worden en naast warm de dingen dat ze blij van worden.
nu zit het zo, ik sta voor een 3de leerjaar, kinderen van 8 jaar dus, en die
hebben al veel besef van alles wat rondom hen gebeurd.
dus mijn schrik is nu natuurlijk dat ze alles heel breed gaan zien.
je kunt dus bvb verdrietig zijn van een slecht rapport maar ook bvb dingen
zoals "iemand verliezen" "dood van familielid" "oorlog" en weet ik veel wat.
mijn lector heeft gezegd dat als er zoiets recent gebeurd is dat iemand dood
is in een kindje zijn familie dat dat zeker moet opgenomen worden in de les;
leerling geruststellen, er over praten met de klas, alles een beetje op die
leerling richten,... of als er een oorlog voordoet (dat is er toch altijd in
theorie?) of een natuurramp is geweest daar over praten...
het mag dan nog lang geleden gebeurd zijn, kinderen kunnen daar steeds
verdrietig om zijn, dus als je het zo bekijkt, is elke situatie zeer delicaat, want
elk kind heeft andere situaties en een ander karakter.
dus mijn probleem is eigenlijk dat ik niet zo goed weet hoe ik dat moet
aanpakken. moet ik er op ingaan? als ik er op inga, moet ik dan selectief zijn?
(er zijn 21 lln, kan moeilijk 5 min. per lln praten over iets) moet ik het vlak af
negeren en verder gaan met de volgende leerling? hoe onderscheid ik de
echte dingen van de "fake" dingen? (kinderen praten graag, en doen alles om
toch maar aan het woord te komen)
natuurlijk als ze dingen zeggen zoals "een slecht rapport" ben ik gered met te zeggen dat ze beter hun best moeten doen
alle hulp is welkom! alvast bedankt en excuseer voor de langdradigheid
maar ik wou zo duidelijk mogelijk zijn.
!

" (niet sarcastisch bedoeld)
