Bordspelreview: Stapelstad

Huisjes bouwen? Dat kan in tal van bordspellen. Het bekendste spel is helaas Monopoly, maar de laatste jaren zijn er regelmatig bordspellen verschenen waarin je, al dan niet door het neertellen van zuurverdiende centen, enkele gebouwen kunt neerpoten. Zo ook in Stapelstad, een spel dat onlangs werd uitgebracht door White Goblin Games. De ontwerper is met Reiner Knizia niet van de minste, maar moet je Stapelstad in huis halen? Je leest het in onderstaande review.

Stapelstad is een licht gezelschapsspel dat je qua moeilijkheid kunt vergelijken met iets à la Ticket to Ride, maar treintjes maken plaats voor huizen. In de plaats van het afleggen van gekleurde treinkaarten, leg je in Stapelstad ook gekleurde kaarten af, maar waarop huizen prijken. Je wil namelijk zo veel en zo hoog mogelijke gebouwen neerpoten, want elk huis dat je neerzet, levert punten op. Maar hoe gaat het nu precies in z'n werk? Ik leg het je graag uit.

Stapel 1.jpg

Bouwen maar!​

De spelregels van Stapelstad bestaan uit slechts vier bladzijden, waarbij ook heel wat foto's met voorbeelden staan. Daarnaast zijn er ook huizen in vier kleuren aanwezig, een spelbord, 55 kaarten, parkfiches, scorestenen en fiches voor als je meer dan vijftig en honderd punten hebt. Elke speler kiest een kleur, krijgt een aantal huizen volgens het spelersaantal en plaatst de scoresteen op het veld met nul punten. De parkfiches gaan naar een algemene voorraad en de kaarten worden geschud, waarbij dan een trekstapel wordt gevormd. Elke speler krijgt hiervan drie kaarten. De jongste speler krijgt het startspelerfiche, waarna er gestart kan worden. Hierbij heeft elke speler maar twee keuzes, wat zorgt voor een lage downtime en dat is altijd een plus.

Stapelstad laat je een stad vol bouwen.


De eerste keuze is het bouwen van huizen en/of parken. Hiervoor kies je een vrij kavel naast het stadscentrum of naast een reeds bebouwd veld, waarna je een aantal kaarten in dezelfde kleur als het gekozen veld aflegt. Het aantal kaarten stelt je in staat evenveel huizen te bouwen op dat kavel, met een maximum van vijf. Hoe meer huizen je op eenzelfde kavel bouwt, hoe meer punten je verdient. De tweede keuze is eenvoudiger. Wil of kan je geen huizen of parken bouwen, dan neem je twee kaarten. Hiermee is je beurt dan ook direct voorbij. Je handlimiet is trouwens vijf, waarbij je het teveel aan kaarten voor het einde van de beurt moet terugbrengen naar vijf. Maar heb je dus reeds vier kaarten, dan kun je er alsnog voor kiezen om twee kaarten te trekken, waarna je er eentje weglegt.


Hoogbouw​

Uiteraard draait alles om punten in Stapelstad en die punten haal je binnen door de reeds vermelde huizen op kavels te bouwen. Elk kavel heeft namelijk een kleur én toont een aantal stippen. Dat aantal geeft weer hoeveel punten dat kavel waard is en wordt vermenigvuldigd met het aantal huizen dat je erop bouwt. Bouw je drie huizen op een rood kavel met drie stippen, dan dien je drie rode kaarten af te leggen en krijg je onmiddellijk negen punten. De waarde van de kavels varieert van één tot vijf punten, waarbij het maximaal aantal punten dus vijfentwintig bedraagt als je erin slaagt hierop direct vijf huizen neer te zetten. Op dat vlak valt de geluksfactor op, want om vijf dezelfde kleurenkaarten te pakken te krijgen, moet je al serieus wat geluk hebben. Gelukkig heb je meer dan genoeg invloed op het spel om het een beetje naar je hand te zetten.

Zo kun je kavels die veel punten opleveren zelf claimen, ook al kun je er maar één huis op bouwen. Dat zorgt er echter voor dat je tegenstanders niet met de potentiële jackpot gaan lopen. Daarnaast heb je niet altijd de kaarten in je handen die je wenst, waarbij je dan één bepaald kleur nodig hebt om potentieel meer punten binnen te halen. Hiervoor kun je dan een park bouwen. Dit levert geen punten op en dit kost slechts één willekeurige kaart, maar hierdoor kun je misschien wel dat ene dure kavel bereiken. Er is dus een geluksfactor aanwezig, maar heel erg storen doet het niet. Op het einde van het spel wordt nog met extra punten gescoord. Zo scoren twee gebieden extra voor de hoogste gebouwen, terwijl twee andere gebieden de speler belonen die er het meeste kavels heeft gebouwd. Ook degene die het grootste gebied van aaneensluitende kavels vol heeft gebouwd, krijgt extra punten. Wie wordt de meesterbouwer?

Conclusie

Stapelstad is een snel opgezet en gespeeld tussendoortje dat enige diepgang biedt, maar ook een geluksfactor heeft. In Stapelstad probeer je zo hoog mogelijke gebouwen neer te poten op de kavels die de meeste punten opleveren, al ligt de concurrentie steeds op de loer. Je hebt niet altijd de juiste kaarten in handen en moet dus soms wat truken van de foor uithalen om hen te slim af te zijn, onder andere door het bouwen van parken. Stapelstad is niet het grootste meesterwerk van bedenken Reiner Knizia, maar ik zet het met plezier op tafel!

Alle foto's werden aangeleverd door Wouter Debisschop. Meer knappe foto's vind je op zijn Instagram-pagina Tabletopping.

Pro

  • Amper downtime
  • Snel opgezet en gespeeld

Con

  • Iets te weinig diepgang
  • Geluksfactor aanwezig
7

Over

Uitgever

  1. White Goblin Games

Designer

Reiner Knizia

Aantal spelers

2-4

Tijdsduur

45 minuten
 
Terug
Bovenaan